Paul Van Hoeydonck: tussen hemel en aarde
Paul Van Hoeydonck (1925–2025) werd in Antwerpen geboren en groeide uit tot een sleutelfiguur van de naoorlogse avant-garde. Als medeoprichter van de G58-groep brak hij met traditionele kunstvormen en zocht hij nieuwe manieren om de wereld te verbeelden. Die zoektocht bracht hem niet alleen in dialoog met de kunst van het verleden, waarin hij als kunsthistoricus goed thuis was, maar vooral naar de toekomst.
Vanaf de jaren zestig maakt Van Hoeydonck internationaal naam met zijn Space Art. Zijn sculpturen en objecten zijn geen sciencefictiondecor, maar jongensachtige mijmeringen over de plek van de mens in het heelal. Hij verbeeldt de kosmos, robots en ruimtesteden, en doet dat met een fascinatie voor utopie én leegte.
Licht, leegte en architectuur
Van Hoeydonck vult de ruimte niet, hij laat ruimte ontstaan. Al vroeg in zijn carrière experimenteert hij met glas en plexiglas. De reflecties en lichtinval maken de toeschouwer tot deel van het werk. Zijn bekende witte wereld is geen steriele leegte, maar een geladen veld waar licht en duisternis elkaar ontmoeten. Het is een terugkerend motief sinds zijn eerste monochrome schilderijen in de jaren vijftig.
Zijn vroege plexiwerken tonen die fascinatie. Embedded Cities (1958) is een transparant blok waarin kleurvlakken lijken te zweven. Het werk zelf blijft onveranderlijk, maar verandert van uitzicht naargelang je eromheen beweegt. Van Hoeydonck speelt met perceptie en laat ruimte over voor interpretatie. Wat zien we? Een stad, een kosmos, een droom?
Die verbondenheid met architectuur komt nog sterker naar voren in City of the Future (1969). Hier gebruikt hij opnieuw glas en plexiglas, opgebouwd uit eenvoudige volumes die doen denken aan blokken uit een bouwdoos. Het werk is een uitgepuurde maquette zonder details, waar de mens schittert door afwezigheid. Door de doorzichtige materialen hangt er een witte, onbeweeglijke stilte over deze nog te ontdekken stad. Een leefbare strook die op bewoners wacht. Van Hoeydonck wil, zoals hij het zelf omschreef, chaos herschikken tot een leefbare orde, zoals een archeoloog dat doet voor het verleden en een stedenbouwkundige voor het heden.
Fallen Astronaut: een universeel symbool
In 1971 bereikt Van Hoeydonck letterlijk de maan. Tijdens de Apollo 15-missie plaatst astronaut David Scott Fallen Astronaut, een aluminium beeldje van 8,5 cm groot. Het werd meegebracht als eerbetoon aan de veertien astronauten en kosmonauten die stierven in de vroege jaren van de ruimtevaart. Maar het was nooit bedoeld als louter herdenkingsmonument. Van Hoeydonck wilde een universeel symbool van menselijkheid creëren, een figuur zonder nationaliteit of geslacht.
Hij verwoordde het ooit treffend: “Te midden van al het technologische puin dat in de ruimte achterblijft, is dit het enige teken van de menselijke kunst.” Het werk toont hoe zijn visie verder reikt dan de aarde: kunst als een stille, poëtische aanwezigheid tussen sterren en machines.
Een nalatenschap die blijft
Op 3 mei 2025 overleed Paul Van Hoeydonck op 99-jarige leeftijd. Zijn oeuvre, dat zich beweegt tussen Antwerpse avant-garde en internationale ruimtekoorts, tussen ZERO en Panamarenko, blijft springlevend. Het combineert verbeelding met reflectie, licht met leegte, verleden met toekomst.
In het najaar van 2025 toont KMSKA werk van Van Hoeydonck. Een uitgelezen kans om zijn kosmische wereld te ontdekken of te herontdekken. Wie daarna nog meer wil, vindt in het M HKA context en verdieping. Van Hoeydonck laat ons niet alleen kijken naar wat er is, maar ook naar wat er zou kunnen zijn. Zijn werk is een uitnodiging om verder te kijken. Letterlijk en figuurlijk. De ruimte zit niet alleen daarboven. Ze zit ook in ons hoofd.