In memoriam Paul Huvenne (1949–2026)
Paul Huvenne hield ervan om origami figuurtjes te vouwen. Terwijl je aan het praten was, verscheen er dan een klein papieren beestje dat tijd en luchtigheid aan het denken gaf. Ook dat mogen we ons van hem herinneren. Het creëerde een intimiteit in gesprekken met hem, en maakte er iets waarachtigs van, samen kijken naar situaties die altijd vele kanten hebben. Gedegen kennis ging bij hem samen met een scherpe opmerkingszin, grote, structurele uitdagingen gingen bij hem hand in hand met liefde voor de kleine intensiteiten van het menselijke bedrijf. Hij bracht op tafel wat volgens hem aandacht verdiende om een situatie samen verder te kunnen helpen.
Hij was vrijwilliger bij het Sfinks festival in Boechout maar ook lid van de Bizotgroep, de organisatie die de vijftig belangrijkste museumdirecteuren in de wereld verenigt en waar je enkel op uitnodiging en ten persoonlijke titel lid van kunt zijn. Publiek is hij het meest gekend als directeur van het KMSKA waar hij van 1997 tot 2014 directeur-generaal was. Tijdens die zeventien jaar daar bracht hij het museum van het begin van de twintigste eeuw – waar het was blijven hangen – naar de eenentwintigste eeuw. Hij deed dat door vele grote en kleine stapjes vooruit links en rechts, zichtbaar en onzichtbaar, onspectaculair, waarbij hij zijn collega’s hun eigen plek liet kiezen en tegelijkertijd McKinsey vroeg om structurele analyses te maken. En hij gaf waarde aan de inhoud, die inhoud stond centraal, de enige publieke museumcollectie schone en moderne kunst in Vlaanderen die met de Europese topmusea kan meespelen.
Het is moeilijk om nu nog te beseffen in welke situatie hij startte, een Vlaanderen waarvan de musea in de negentiende eeuw waren blijven hangen. Hij studeerde in Gent, aan het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde, waar hij promoveerde op de zestiende eeuwse Brugse schilder en cartograaf Pieter Pourbus. Daarna werd hij onderzoeker bij het Rubinianum, het enige kunsthistorisch onderzoeksinstituut in Vlaanderen. Toen er in 1984 iemand nodig was om het Rubenshuis te leiden, werd hij dat. ‘Conservator’ noemde men een, directeur toen nog. Huvenne is een van die mensen die de musea in Vlaanderen uit dood punt hebben gehaald, quasi op eigen houtje, want er was nog geen museumdecreet, er waren amper verwachtingen, er was amper expertise. Musea zijn er voor lering en vermaak, zegde hij, voor hem waren musea het scharnier tussen de diepte van kunst en de breedte van een publieksgerichte werking.
Met het M HKA heeft Paul Huvenne als directeur van KMSKA intensief samengewerkt. Anselm Kiefer – een van die kunstenaars waarvoor de ruimtes van het huidige M HKA-gebouw simpelweg te laag zijn – kwam in samenwerking in KMSKA te staan, een Jef Geys-tentoonstelling van M HKA en de collectie ervan waren welkom, KMSKA en M HKA zetten samen het ‘Homo Faber’ project op, waarbij Fabre met zijn beeldend werk in dialoog ging met de collectie van KMSKA – toen nog een vernieuwend opzet – terwijl in M HKA het vroege werk van Fabre werd getoond, met focus op zijn performances. Toen M HKA voorstelde een ambitieuze tentoonstelling te maken voor Singapore en Shanghai, met een confrontatie tussen de innovatieve kunst in Vlaanderen in de zestiende en zeventiende eeuw en die uit de tweede helft van de twintigste eeuw, ging Paul Huvenne daar enthousiast in mee. En toen later het MAS een openingstentoonstelling ontbeerde, stelde hij voor dat het een remake van dit project zou worden. ‘Beelddenken – Vijf eeuwen beeld in Antwerpen’, is de titel van het bijbehorende boek, al moest de tentoonstelling om marketingredenen ‘Meesters in het MAS’ heten.
‘Beelddenken’ was voor hem een sleutelbegrip, de capaciteit om te denken zonder woorden die de beeldende kunst in Vlaanderen altijd zo bijzonder heeft laten zijn. Hij maakte niet alleen het KMSKA klaar om van de negentiende naar de eenentwintigste eeuw te stappen, maar zag ook alle kunst als iets dat gisteren aan morgen koppelt en zo een maatschappij meerwaarde geeft.
Laten we Paul Huvenne gewoon met ons meenemen. Hij was wrie wijs, om het te zeggen in het Gents dialect waar hij graag naar verwees, en daarmee ook wijs in de zin van het Algemeen Beschaafd Nederlands.
Bart De Baere
Fotograaf: Jesse Willems – KMSKA