Ga naar hoofdinhoud. Begin van de inhoud

Er was goed nieuws


Opiniestuk door Bart De Baere, directeur van het M HKA, naar aanleiding van de recente beslissing van de Vlaamse Regering om de nieuwbouw van het museum te schrappen en het M HKA zijn museumstatuut te ontnemen.


Er was goed nieuws, begin deze week. Het S.M.A.K. wordt een Vlaamse instelling, wellicht zelfs een cultureel-erfgoedinstelling met internationale ambitie. Daar pleit ik al jaren voor. Vlaanderen verdient minstens twee musea voor hedendaagse kunst, want hedendaagse kunst heeft meerdere perspectieven nodig.

Toch kwam er ook slecht nieuws. In amper twee dagen tijd vernamen we, via de pers, dat de nieuwbouw van het M HKA niet doorgaat én dat ons museum zijn statuut verliest. Daarmee verliest Antwerpen haar museum voor hedendaagse kunst. De stad die zoveel kunstenaars voortbracht – Panamarenko, Luc Tuymans, Anne-Mie Van Kerckhoven, Guillaume Bijl, Otobong Nkanga – dreigt haar zichtbaar verhaal in de hedendaagse kunst te verliezen.

“Vlaanderen verdient minstens twee musea voor hedendaagse kunst, want hedendaagse kunst heeft meerdere perspectieven nodig.”

Het ICC, de voorganger van het M HKA, was in 1970 de eerste instelling van het jonge Vlaanderen. Dat kreeg van de koning het paleis op de Meir, geschonken op vraag van een nieuwe generatie kunstenaars in de nasleep van mei ’68. Zo kwam Vlaanderen bijna toevallig terecht in de wereld van de avant-garde die toen in Antwerpen bloeide. Die kunst, hoe provocerend ook, legde de basis voor de taal en vorm van de hedendaagse kunst die vandaag wereldwijd bestaat.

Het M HKA heeft dat erfgoed ernstig genomen. We begonnen ooit met een ongeïnventariseerde collectie, deels opgeslagen in containers in de haven. Twintig jaar later was onze museale afdeling gegroeid van twee naar twintig mensen. Zonder extra middelen. We bouwden een collectie uit die de lokale avant-garde verbond met de internationale scène: Panamarenko naast Joseph Beuys, Jef Geys naast James Lee Byars, Luc Deleu naast Gordon Matta Clark. We verwierven werk van kunstenaressen uit die tijd met en Antwerpse link als Chantal Akerman, Nicola L, Orlan en Chris Reineke.

Hetzelfde deden we voor de periode van de jaren 1980 en 1990, toen onze kunstscène internationaal toonaangevend was. En voor de wereld van vandaag, waar we in Vlaanderen inzetten op diversiteit en internationaal op Eurazië. We toonden de wereld in huis. Letterlijk. Maar van al dat straffe werk konden we amper iets laten zien omdat er van ons terecht ook tentoonstellingen worden verwacht, zowel internationaal vernieuwend als met aandacht voor kunstenaars van hier.

“We bouwden een collectie uit die de lokale avant-garde verbond met de internationale scène: Panamarenko naast Joseph Beuys, Jef Geys naast James Lee Byars, Luc Deleu naast Gordon Matta Clark. ”

Toen Vlaanderen tien jaar geleden eindelijk zijn verantwoordelijkheid leek op te nemen, startten we ook zelf trajecten richting een volwaardig museum. We experimenteerden met nieuwe presentatievormen, samenwerkingen met onder meer De Studio waar we om die reden onze filmwerking naartoe brachten, we deden een proeve van onthaalruimte en een enkele semi-vaste collectieruimte, dankzij Axel Vervoordt. We werkten vooral aan het onzichtbare: collectieonderzoek, archieven, digitalisering – de toekomst van museaal werk.

Samen met de administratie bespraken we een instellingstransitie, parallel aan het bouwproject dat in het regeerakkoord van 2019 stond. Er kwam energie vrij, er kwam toekomstperspectief. Tot we dit voorjaar vernamen dat we een klassiek beleidsplan moesten indienen, volgens de standaardprocedures van subsidies voor landelijke  – stedelijke – musea. Geen internationale gespecialiseerde visitatiecommissie zoals bij de kunsteninstellingen, geen maatwerk. Nochtans had de vorige evaluatie al duidelijk gesteld dat dit type instelling een aangepast beoordelingskader nodig had. De evaluatie van de vorige erfgoedsubsidieronde stelde expliciet: ‘De procedure voor de beoordeling van de aanvraag van werkingssubsidies voor de reeds bestaande cultureel-erfgoedinstelling [M HKA] was onvoldoende aangepast aan de specificiteit van dit type organisatie. Deze procedure zou best in zijn geheel herdacht worden.’ Dat gebeurde dus niet.

De beoordelingscommissie nu was een algemene commissie uit het brede erfgoedveld. Goede mensen, daar niet van. Ze lazen ons plan van veertig bladzijden, bezochten het huis, stelden vragen, en besloten dat het plan nog niet concreet genoeg was. Dat klopt. We zaten midden in een startende transitie, en zonder duidelijkheid over de bouw en de middelen konden we dat niet afronden. Mijn opvolger – ik ga immers met pensioen eind 2026 – zou dat werk verder zetten. Maar op basis daarvan een instelling afschaffen? Dat is niet zorgvuldig. Een schepen van cultuur zou eerst komen kijken. Een minister had dat ook kunnen doen. Wij hadden ook een internationale peer review door mensen uit hedendaagse kunstmusea gevraagd, gezien onze missie, zoals in het kunstendecreet bij de opera of de orkesten gebeurt. Op dit moment, waarbij we al volop in het begin van een transitiescenario richting het nieuwe museum zaten, maar nog geen uitkomsten daarvoor hadden, was dat des te meer wenselijk geweest.

Ik verwijt mezelf nu dat ik ben meegegaan in dat rituele beleidsproces. Ik had harder moeten zeggen dat het niet klopte, dat we geen vijf maanden aan papierwerk konden besteden terwijl de toekomst van het museum op het spel stond. Misschien was ik te beleefd.

“Vlaanderen kiest niet voor een volwaardig museum voor hedendaagse kunst. waarmee eindelijk een stukje inhaalbeweging zou zijn ingezet voor de infrastructuur van de beeldende kunstsector. En Antwerpen, dat ooit de wereld in huis haalde, verliest zijn plaats in die wereld.”

De voorbije zeven jaar had ik nauwelijks nog tijd om kunstenaars te ontmoeten of tentoonstellingen te bezoeken. Alles ging naar plannen, vergaderen, commissies en architectuurjury’s. Alles om Vlaanderen eindelijk een volwaardig museum voor hedendaagse kunst te geven – bescheiden, met een bouwkost van 80 miljoen euro, tien procent kleiner dan het MAS in Antwerpen.

En nu dit. De nieuwbouw wordt geschrapt, het museumstatuut verdwijnt. In de plaats komt een kunstencentrum. Dat woord klinkt onschuldig, maar het betekent iets fundamenteels: Vlaanderen kiest niet voor een volwaardig museum voor hedendaagse kunst. waarmee eindelijk een stukje inhaalbeweging zou zijn ingezet voor de infrastructuur van de beeldende kunstsector. En Antwerpen, dat ooit de wereld in huis haalde, verliest zijn plaats in die wereld.

Ik blijf bereid om mee te denken over hoe we verder kunnen. Maar laat ons eerlijk zijn: er is nood aan respect, realiteitszin en vertrouwen in de expertise van mensen die hun leven aan deze instelling hebben gewijd. Hedendaagse kunst verdient geen administratieve bestraffing, maar een beleid dat luistert en begrijpt.

Antwerpen was ooit een bakermat van vernieuwing. Laten we die durf niet vergeten. Laten we ze opnieuw mogelijk maken.

“Hedendaagse kunst verdient geen administratieve bestraffing, maar een beleid dat luistert en begrijpt.”



wiki 2